De parasja die we dan hopen te bespreken is: EMOR (Spreek) = Leviticus 21-24

Thema 
Priesters staan heel dicht bij God om van Hem uit te delen. Dat betekent ook lijden en verdrukking. De priesterheiliging staat in het chiasme van Leviticus tegenover de dagen van reiniging na de geboorte van een kind, en de dagen van afzondering van een melaatse (Lev. 12 en 13:1-28). Zoals er mensen afgezonderd worden vanwege hun ónreine omstandigheden, worden er ook mensen in Israël afgezonderd met een speciale reinheid, de priesters.

Deze seder begint met regels voor priesters en hun offers, waarop vlees wordt genuttigd van dieren zonder enig gebrek. Dieren die dus getuigen van heelheid. Deze seder staat tegenover Leviticus 10 over de zondebok. De zondebok was het laatste offer dat omschreven werd in het eerste blok van Leviticus over de offers. Uitgesproken heelheid komt deze week dus tegenover uitgesproken oordeel (Lev. 10) te staan. Deze seder is bovendien heel specifiek ook aan de vreemdelingen gericht.

Naast voorschriften aan de priesters, beveelt God in deze sidra ons om de belangrijkste feestdagen te vieren, waaronder: Sabbat, Pascha, Shavuot, Jom Teroea, Jom Kippoer en Soekot.

Als Psalm kijken we naar 86, bekend van Leer mij naar Uw wil te handlen, ‘k Zal dan in Uw waarheid wandlen; en 87: wanneer IsraĆ«l een teken is voor de volkeren, mogen die ook komen en opgenomen worden in het Verbond, zelfs de Filistijnen mogen de naam van IsraĆ«ls kinderen dragen.

De Haftara-lezing is uit Ezechiƫl 44:15-31: De priester is er voor de levenden, de doden mogen wij aan God overlate
en uit de Berit Chadasja: Lukas 14:12-24